Grip op de participatiewet

09-09-2019

Inmiddels is het vier jaar geleden dat de decentralisaties binnen het sociaal domein vorm hebben gekregen. Er is de afgelopen jaren al een en ander bereikt met beperkte middelen. Hier raken we echter meteen een gevoelig punt; er zijn namelijk te weinig middelen om alle taken naar behoren uit te voeren. Niet alleen worden de oplopende tekorten in de jeugdzorg steeds meer zichtbaar, ook binnen de uitvoering van de participatiewet zelf is de dreiging van (oplopende) tekorten groter geworden. Door wijzigingen in de wetgeving is de doelgroep binnen de participatiewet namelijk groter en complexer geworden dan aanvankelijk geraamd. Dit vraagt niet alleen om vernieuwing op de inhoud, maar zeker ook op de bedrijfsvoering.

Enerzijds is de participatiewet, net zoals de jeugdwet, een openeinderegeling. Voor het verstrekken van uitkeringen geldt dan dat, wanneer inwoners voldoen aan de landelijke regels, uitkeringen sowieso verstrekt moeten worden. Anderzijds is er sprake van een beschikbaar budget voor de begeleiding naar werk en uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Het moge duidelijk zijn dat de afstemming van het budget op moeilijk voorspelbare uitgaven tot problemen leidt. Vanuit bedrijfseconomisch oogpunt is uitstroom naar werk de voornaamste knop om de kosten van uitkeringen te beperken, maar hoe wordt dat dan ingericht?

Op dit moment zie je in het land veelal twee opties: óf de uitvoering wordt belegd binnen de eigen gemeentelijke organisatie óf ondergebracht in een gemeenschappelijke regeling. Bij de uitvoering binnen de gemeentelijke organisatie is vaak het probleem dat een adequate bedrijfsmatige aanpak voor het beheersen van deze “ondernemersrisico’s” onvoldoende is ontwikkeld. Ook zijn de bestaande P&C-structuren daar veelal niet op ingericht. Wanneer de uitvoering belegd wordt in een gemeenschappelijke regeling, zien we dat veel gemeenten worstelen met grip en invloed. De sturing is dan vaak indirect en gemeenten zijn zowel klant, opdrachtgever als bestuurder.

De prikkel om nadrukkelijk te sturen op een positief bedrijfsresultaat ontbreekt veelal in een gemeentelijke organisatie of gemeenschappelijke regeling. Juist deze prikkel draagt bij aan een efficiënter en effectiever primair proces. Het vergt echter wel een stevige positionering van de businesscontroller als sparringpartner in het primair proces. Iedere activiteit is dan als het ware een op zichzelf staande businesscase die minimaal sluitend moet zijn. Door een andere positionering van control binnen de organisatie ontstaat een vergroting van wendbaarheid, slagkracht en sturingsmogelijkheden. De ‘winst’ die hiermee geboekt wordt, vertaalt zich in een besparing op de verstrekte uitkeringen.

Als controller bij een middelgrote gemeente, ben ik betrokken geweest bij de nieuwe inrichting van de uitvoering van de participatiewet. De opdracht (en de grootste uitdaging) was niet alleen een wendbare en daadkrachtige wijze van uitvoering, maar ook een inrichting van de bedrijfsvoering die deze eigenschappen optimaal ondersteunt. Uit het onderzoek dat we hiernaar gedaan hebben binnen deze gemeente, kwam naar voren dat binnen een gemeenschappelijke regeling of gemeentelijke organisatie een dergelijke inrichting niet of moeilijk te realiseren is.

Voor een meer bedrijfsmatige aanpak van de participatiewet, is het nodig om de uitvoering buiten de overheidsorganisatie te plaatsen Door de uitvoering in een andere juridische vorm te gieten, ontstaat namelijk de mogelijkheid om los te komen van de gebruikelijke inrichting van de P&C-cyclus. Er ligt dan van nature meer nadruk op een bedrijfsmatige insteek: Van begrotingsgericht werken, waarbij sturen op een kostendekkendheid het leidende principe is, naar sturen op een positief resultaat. Grofweg zijn er twee keuzes om de bedrijfsmatige benadering te bewerkstelligen:

  1. De uitvoering onderbrengen in een stichting of coöperatie;
  2. De uitvoering onderbrengen in een Besloten Vennootschap (BV).

Belangrijk voordeel van een BV ten opzichte van een stichting of coöperatie is dat je als gemeente 100% aandeelhouder bent van het bedrijf. Via deze rol houdt de gemeente grip op het participatiebedrijf in financiële en bedrijfsmatige zin. Daarnaast vervult de gemeente de opdrachtgeversrol waarmee gestuurd kan worden op inhoudelijke doelen.

Meer weten?

JE Consultancy helpt u graag bij optimaliseren van uw bedrijfsvoering. Dit realiseren wij doordat wij medewerkers inzetten die gepokt en gemazeld zijn op het gebied van planning & control, administratieve organisatie en interne beheersing. Daarnaast hebben onze specialisten ook veel ervaring met het optimaliseren en ontwikkelen van de bedrijfsvoering. Bent u geïnteresseerd of wilt u meer informatie? Neem dan contact op met Rik van den Dam via 088 – 126 44 00 of mail naar rik.van.den.dam@jeconsultancy.nl om de mogelijkheden te bespreken.